Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Cofnas’ “rassenrealisme” geen pseudowetenschap? Lees zijn blogs erop na

door Pieter Beck
Portet van Nathan Cofnas, buiten op een brug
Het nieuws over de aanstelling van ‘rassenrealist’ Nathan Cofnas aan de Universiteit Gent zorgde voor een storm van protest. (Foto: Instagram-profiel Nathan Cofnas)

In twee teksten (voor deel I zie hier) leg ik uit waarom ik meen dat Nathan Cofnas zijn verdediging van “rassenrealisme” of “hereditarianism” (hij gebruikt de twee termen naast elkaar) het label van pseudowetenschap verdient.

In de vorige tekst toonde ik hoe Cofnas specifiek gebruikt maakt van een typische strategie die besproken wordt in de literatuur over pseudowetenschap: strategisch gebruik van ambiguïteit. Cofnas springt heen en weer tussen een zwakke versie van zijn bewering over rassenverschillen (“er is niets dat erop zou wijzen dat het bijzonder onwaarschijnlijk is dat zou blijken dat rassenverschillen een substantiële genetische component hebben”) en een sterke versie (“”Rassenrealisme“ is de beste term om de wetenschappelijk correcte positie te beschrijven”). Het is deze sterk versie die hij voor waar aanneemt in zijn blogs en als basis neemt voor zijn politieke uitspraken.

In deze tekst zal ik dieper ingaan op deze blogposts. Voor iemand die een van zijn blogposts de titel Woke verslaan met feiten en logica gaf, geeft Cofnas doorheen al zijn blogposts verrassend weinig feitelijke bewijzen voor de beweringen die hij maakt. Als hij al argumenten levert, gaat het doorgaans om vrijblijvende evolutionaire speculaties of verwijzingen naar (weerlegde) (pseudo)wetenschap. Laat ik enkele voorbeelden geven.

Pseudowetenschap in Cofnas’ blogposts

Laat ik beginnen met zijn meest controversiële blogpost: Een gids voor de hereditaire revolutie. Het is deze blogpost die de meeste uitspraken bevat die volgens velen een schending vormen van de deontologische code van de UGent. In mijn vorige tekst legde ik al uit hoe Cofnas in deze blogpost uitgaat van de waarheid van de sterke versie van zijn claim: “”Rassenrealisme“ is de beste term om de wetenschappelijk correcte positie te beschrijven.”

Als Cofnas al argumenten levert, gaat het doorgaans om vrijblijvende evolutionaire speculaties of verwijzingen naar (weerlegde) (pseudo)wetenschap

Nergens in de post wordt beargumenteerd waarom deze bewering volgens Cofnas gezien moet worden als dé wetenschappelijk correcte positie.

Voor ik hier verder op inga dient vermeld te worden dat Cofnas zijn beweringen over genetische verschillen tussen zwarte en witte mensen zich niet beperken tot IQ. In een andere blogpost verwijst hij ook naar “rassenverschillen in inkomen, IQ, onderwijs, gezondheid, misdaadcijfers, etc., allemaal in het nadeel van zwarte mensen”. Ook hier wordt er geen bewijs of argumentatie gegeven voor deze claim, ze wordt aangenomen als een waarheid.

Het dichtste dat Cofnas in de Een gids-blogpost komt bij het geven van een argumentatie voor de genetische aard van deze verschillen is de volgende passage:

“[C]ultuur is niet de reden waarom we hetzelfde basispatroon van rassenverschillen zien bij populatie-representatieve groepen van sub-Sahara Afrikanen, Europeanen en Oost-Aziaten, waar ze ook heengaan ter wereld. Bovendien weerspiegelt cultuur over het algemeen de eigenschappen van de gemeenschap die de cultuur voortbrengt. Een cultuur van huiswerk doen heeft meer kans om te verschijnen in een populatie met een gemiddeld IQ van 105 die genetisch aangepast is aan de zware eisen van het rijstveld dan in een populatie met een gemiddeld IQ van 85 die aangepast is aan jagen en verzamelen op de savanne. 

Statistisch geneticus Sasha Gusev heeft deze passage terecht omschreven als een louter just so-verhaal dat geen enkel bewijs biedt voor de beweringen die Cofnas maakt. In een discussie met Gusev hierover zien we Cofnas de strategie toepassen die ik hierboven beschreef. Wanneer hij in de discussie onder druk wordt gezet, trekt Cofnas zich terug tot een zwakkere versie van zijn claim, door te beweren dat het louter gaat om een ”plausibel adaptatie-verhaal“.

Sponsors van nazi-propaganda

De enige andere blogpost waarin we een zekere vorm van argumentatie tegenkomen, is Thomas Sowells wishful thinking over ras. In deze tekst verwijst Cofnas onder andere naar onderzoek “over de substantiële verschillen tussen de rassen wat betreft hersengrootte, wat een indicatie geeft van IQ-verschillen”. Een hyperlink brengt de lezer naar een artikel van Arthur Jensen en Philippe Rushton.

In een column op de website van de Association for Psychological Science legt Richard E. Nisbett uit waarom men hersengrootte niet kan gebruiken om de conclusie te trekken dat verschillen in gemiddeld IQ tussen vermeende mensenrassen genetisch van aard zijn: 
 

[D]e verschillen in hersengrootte tussen mannen en vrouwen is substantieel groter dan de verschillen tussen zwarte mensen en witte mensen, maar toch scoren mannen en vrouwen gemiddeld hetzelfde op IQ-testen. Op dezelfde manier is er een groep mensen in een gemeenschap in Ecuador die een genetische anomalie hebben waardoor ze een extreem klein hoofd hebben – en dus ook kleine hersengroottes. Maar de intelligentie van deze mensen is even hoog als die van hun verwanten zonder deze genetische anomalie.

Rushtons onderzoek naar hersengrootte werd zwaar bekritiseerd. Al in 1990 schreven Cain en Vanderwolf een verwoestende kritiek. Ze concludeerden dat “er geen geloofwaardig bewijs is dat ondersteuning biedt aan Rushtons veronderstelde verband tussen ras, hersengrootte en intelligentie”. Verschillende artikels van Rushton over ras werden terug ingetrokken. Bij de ingetrokken papers zitten ook twee papers over ras, hersengrootte en intelligentie. De redacteurs van de tijdschriften die verantwoordelijk waren voor de terugtrekking omschreven Rushtons artikels als “onethisch, wetenschappelijk gebrekkig, en gebaseerd op racistische ideeën en een racistische agenda”.

The Pioneer Fund stelt zichzelf voor als een organisatie voor “rasverbetering” en heeft decennialang racistische pseudowetenschap gefinancierd

Zowel Jensen als Rushton hebben geld ontvangen van The Pioneer Fund, een Amerikaanse organisatie die erom bekend staat nazi-propaganda te verspreiden in de jaren 30. Ze stelt zichzelf voor als een organisatie voor “rasverbetering”. In deze hoedanigheid heeft het decennialang racistische pseudowetenschap gefinancierd. Rushton schreef ook geregeld voor American Renaissance, een wit suprematistisch magazine dat ook evenementen organiseerde waar KKK-leden en neonazi’s op afkwamen.

Rushton was ook aanwezig op verschillende van deze evenementen. Het Southern Poverty Law Centre omschrijft American Renaissance als een haatgroep. American Renaissance omschrijft zichzelf net als Cofnas als “rassenrealistisch”. In de Een gids-blogpost verwijst Cofnas naar American Renaissance als “een belangrijk centrum voor discussies over ras van hoge kwaliteit”.

Pseudowetenschappelijke tijdschriften

In zijn Sowell-blogpost verwijst Cofnas niet enkel naar Rushton over hersengrootte, maar ook naar “meer recent bewijs uit de genetica”. Indien men klikt op de hyperlink die Cofnas geeft, komt men terecht op de Substack van Emil Kirkegaard. Dat is een notoir pseudowetenschapper.

Kirkegaard heeft enkel een bachelor in de taalkunde en geen aantoonbare kwalificaties in de gebieden waarover hij beweert onderzoek te doen. Hij beweert geaffilieerd te zijn met het onbestaande “Arthur Jensen Instituut”. Kirkegaard staat aan het hoofd van Human Diversity Foundation (nu Polygenic Scores), een voortzetting van de reeds vermelde Pioneer Fund. In deze hoedanigheid nam het ook Mankind Quarterly over, een tijdschrift dat bekendstaat voor het publiceren van racistische pseudowetenschap. Kirkegaard startte ook een eigen online pseudowetenschappelijke tijdschrift genaamd OpenPsych.

Kirkegaard heeft enkel een bachelor in de taalkunde en geen aantoonbare kwalificaties in de gebieden waarover hij beweert onderzoek te doen

Het “meer recente bewijs uit de genetica” waarnaar Cofnas verwijst, betreft dus blijkbaar twee papers die Kirkegaard vermeldt in zijn blogpost. De eerste paper werd geschreven door psycholoog (dus geen geneticus) Russell T. Warne. Die gaf in een van zijn papers toe dat zijn onderzoek betaald was door Human Diversity Foundation. Hij schreef ook voor het hierboven vermelde Mankind Quarterly. (Voor kritieken op de door Kirkegaard aangehaalde paper van Warne, zie hier, p. 7 en Eric Turkheimer, p. 141-143.) De tweede paper waarnaar Kirkegaard verwijst is een door hem meegeschreven artikel in het pseudowetenschappelijke tijdschrift Mankind Quarterly. Deze magere vangst houdt Cofnas niet tegen om dit “bewijs” te gebruiken om te beweren dat “het bewijs dat we vandaag hebben op overweldigende wijze hereditarianism ondersteunt”.

Om samen te vatten: in zijn blogposts veronderstelt Cofnas de waarheid van een sterke versie van zijn “rassenrealisme” en vertrekt daaruit om politieke en normatieve claims te maken. Als hij bewijs levert (wat zelden gebeurt) is hij slim genoeg om meestal te vermijden de namen van zijn bronnen te noemen. Maar indien men de moeite neemt om effectief te klikken op de hyperlinks, valt men al snel in een rabbit hole van pseudowetenschap.

 

Pieter Beck schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Deze tekst verscheen eerder in een langere Engelstalige versie.

LEES OOK
An Van Raemdonck 22-09-2026

Waarom Nathan Cofnas zijn doel al lang bereikt heeft

Cofnas' ideologische project is een gerichte aanval op kritisch universitair onderwijs.
Vooraanzicht van het rectoraatsgebouw van de Universiteit Gent.
Tom Van de Voorde 22-09-2026

De erevicerector als literair personage

Wat bezielde Mortier om te doen wat hij gedaan heeft, op die plek, op dat moment?
Zijaanzicht close-up van Freddy Mortier
Pieter Beck 17-09-2026

Waarom ik Cofnas’ “rassenrealisme” pseudowetenschap noem

Cofnas' beweringen worden keer op keer weerlegd door experts uit de relevante vakgebieden.
Een close-up van Nathan Cofnas in een uitzending van Terzake.
1 REACTIE
Benedict Thienpont — 19-09-2026 16:55:57
Het tegelijk uiten van gematigde en radicale uitspraken maakt het voor Cofnas mogelijk om kat en muis spelletjes te spelen wanneer hij zichzelf moet verdedigen maar tegelijk zijn immorele overtuiging probeert te verdoezelen.