Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De erevicerector als literair personage

door Tom Van de Voorde
Zijaanzicht close-up van Freddy Mortier
Toenmalig decaan Freddy Mortier bij de opening van het academiejaar in 2012. (Foto: Faculteitsbibliotheek Letteren & Wijsbegeerte (Flickr))

Ik heb het filmpje een paar keer opnieuw afgespeeld om zijn titel tot me te laten doordringen: ‘erevicerector’. Een gedrocht van een woord dat uit een negentiende-eeuwse Russische roman lijkt ontsnapt. Niet dat daar zoveel lelijke woorden in staan, maar de personages die erin voorkomen gaan vaak prat op zulke nietszeggende titels. Meestal symboliseren ze naast een onstuitbare ambitie in de achterkamers van de macht ook een tijdperk waarvan iedereen weet dat het voorbij is, behalve de betrokkene zelf. Kortom, ze zijn als compliment bedoeld, maar reduceren iemand tot vergane glorie.

Titels als ‘erevicerector’ symboliseren een tijdperk waarvan iedereen weet dat het voorbij is, behalve de betrokkene zelf

Na de uitschuiver van de Gentse erevicerector kon ik het niet laten om aan een negentiende-eeuws romanpersonage te denken. Onpeilbaar in zijn drijfveren, pathetisch in zijn eerzucht, tragisch in zijn wereldvreemdheid. Maar de vraag die stof gaf aan tal van literaire meesterwerken blijft in deze kwestie alsnog onbeantwoord: Wat heeft die man precies bezield om te doen wat hij gedaan heeft, op die plek, op dat moment, bij die gelegenheid?

De betekenis en impact van zijn woorden hebben helaas minder met fictie te maken. Hoe weinig empathisch kan een mens zijn, dacht ik eerst. En misschien is dat nog het meest valabele antwoord op de vraag wat hem bezield heeft. Maar het heeft weinig zin om zijn interventie te gaan psychologiseren.

Thuis onder familie en vrienden of buitenshuis onder broeders en wetenschappers heeft hij het recht en de vrijheid om elke denkoefening te maken die hem interessant of legitiem lijkt. Maar op die plek, op dat moment, bij die gelegenheid? Werkelijk?

Onschuldig noch neutraal

Ik heb in dezelfde trant even een poging gedaan tot gelijkaardige vraagstellingen die theoretisch gezien wetenschappelijk onderzocht kunnen worden. Ze vertegenwoordigen niet mijn persoonlijke mening of voorkeur voor alle duidelijkheid. In een paar minuten heb ik het volgende uit mijn mouw geschud:

  • Zijn blonde vrouwen dommer dan donkerharige?
  • Zijn mannen met een grote auto kleiner geschapen?
  • Hebben oude mannen met een jonge vrouw een problematisch zelfbeeld?
  • Houdt naar Wagner luisteren het risico in door nazistische ideeën beïnvloed te worden?

Volgens de logica van de erevicerector is het zinvol om dit soort vraagstellingen wetenschappelijk te onderzoeken. Tja, binnen de logica van het vrije onderzoek is elke onderzoeksvraag zinvol, maar hij weet gezien zijn filosofische scholing wellicht beter dan ik dat vrijheid een illusie is en de neutraliteit ervan evenzeer. Deze of gene vraag stellen, het blijft een keuze die ideologisch bepaald is.

Mijn tweede vraagstelling indachtig is het theoretisch mogelijk dat een academicus onderzoekt of penisvergrotingen tot minder files en verkeer(sdoden) kunnen leiden en zo ook de klimaatcrisis mee kunnen tegengaan. Hoe lachwekkend zo’n onderzoek ook klinkt, de doelstelling lijkt me zinvoller dan om het even welke rassentheorie. Toch horen mijn geïmproviseerde vraagstellingen wellicht eerder aan de toog dan aan een wetenschappelijke instelling thuis. Maar ze zijn politiek verre van onschuldig of neutraal. Ze kunnen door hun tendentieuze karakter een seksistische dan wel feministische agenda dienen of − in geval van Wagner − bewijzen dat zelfs muziek niet per definitie apolitiek is. Los daarvan bepalen het moment en de plek waar ik ze zou poneren mee de betekenis: op een schoonheidswedstrijd, een autosalon, of zoals in het geval van de erevicerector, een feestje dat het zijne niet was.

De vraag die echter niet gesteld werd, is of zulke stellingen en onderzoeksvragen urgent en prioritair zijn. Niet alleen gezien de steeds meer beperkte middelen waar de universiteit vandaag over beschikt. Maar ook: kan de onderzoeksvraag en het mogelijk antwoord erop iets bijdragen aan de morele en/of cognitieve ontwikkeling van de mensheid en de vorming van de gemeenschap? En bovenal: welke gemeenschap is en wordt hier überhaupt mee gediend? Willen de menswetenschappen in de toekomst nog enige maatschappelijke relevantie hebben, dan mogen ze geen schrik hebben van die vragen. Er staan ook meer dan voldoende krachten klaar om ze in hun plaats te beantwoorden.

Of de erevicerector een spreekbuis van die krachten is of wil zijn, betwijfel ik. Maar misschien waant hij zich in zijn functie wel boven de maatschappij of gemeenschap. Laten we niet vergeten dat ook en vooral functies als de zijne hun bestaan te danken hebben aan publieke middelen. Bovendien heeft hij een voorbeeldfunctie, door de reële en symbolische macht die ze uitstraalt. Of zit hij werkelijk in zo’n geprivilegieerde bubbel dat hij zich daar niet bewust van is?

In die zin vraag ik me ook af of de erevicerector echt wel geschrokken is van zoveel reacties. Misschien had hij − zoals vele gepensioneerde docenten die het luisterende oor van hun studenten missen − toch stiekem gehoopt op wat extra aandacht voor zijn persoon, desnoods iets als een relletje. Maar goed, ik zou niet gaan psychologiseren.

Politiek manoeuvre

Nu blijft toch vooral het gevoel hangen dat hij willens nillens zijn wetenschappelijke autoriteit heeft misbruikt om tijdens een feestgebeuren een politieke agenda te dienen, of op zijn minst aan politiek te doen. Niet alleen ten aanzien van de interne politiek van zijn oude faculteit, maar ook extern, als politiek in de platste zin van het woord. De steun die hij van een minister kreeg sprak wat dat betreft boekdelen.

Hij ziet het kennelijk als zijn recht en zijn vrijheid om op zo’n gelegenheid te spreken over wat zijn ideologische onderbuik hem ingeeft. Kom er dan ook voor uit, denk ik dan. En wees niet verbaasd of ‘ontgoocheld’ als andere mensen hier een slecht buikgevoel bij hebben en daar uiting aan geven. Een politiek manoeuvre ten aanzien van zoveel onschuldige jongeren is overigens allesbehalve onschuldig. Het heeft iets demagogisch.

De erevicerector had beter gezwegen of het over de afgestudeerden gehad

Toch nog even dit, omdat het nooit te veel benoemd kan worden: er zaten ook mensen van kleur in de zaal. Ook zij, hun kinderen, broers, zussen of vriend(inn)en studeerden af en zijn misschien zelfs de eerste universitair geschoolde in de familie. Ik kan niet voor hen spreken, maar de kans is reëel dat ze de erevicerector zijn woorden begrepen als: “U mag dan wel een universitair diploma krijgen vandaag, maar het kan theoretisch gezien evengoed zijn dat dit, gezien uw ‘ras’, uitzonderlijk is en uw ‘soort’ hier daarom eigenlijk niet thuishoort.”

Zo’n interpretatie is gezien zijn woorden helemaal niet vergezocht. Zelfs als maar één iemand zijn woorden zo heeft geïnterpreteerd, dan is het een tragisch dieptepunt in het bestaan van iemand met een machtsfunctie aan een publieke instelling. Niet alleen om morele en misschien zelfs juridische redenen, maar ook omdat het ergens aangeeft dat hij geen controle op zijn taalgebruik heeft, wat voor een filosoof een beetje pijnlijk is. Daarom had de erevicerector beter gezwegen of het over de afgestudeerden gehad.

Ik wil niet bevoogdend klinken, maar een beetje meer empathie zou hem sieren. En daar zou een eenvoudig middel voor bestaan. Volgens heel wat experten bevorderen literatuur en fictie ons empathisch vermogen, omdat de verbeelding de lezer ertoe aanzet zich in de ander te verplaatsen. Zeker na de dramatische Pisa-resultaten lijkt het me zinvol om elk mogelijk effect van lezen wetenschappelijk te onderzoeken. In afwachting daarvan is het wellicht beter dat erevicerectoren voortaan thuisblijven. Bij voorkeur met een roman op hun schoot.

LEES OOK
An Van Raemdonck 22-09-2026

Waarom Nathan Cofnas zijn doel al lang bereikt heeft

Cofnas' ideologische project is een gerichte aanval op kritisch universitair onderwijs.
Vooraanzicht van het rectoraatsgebouw van de Universiteit Gent.
Pieter Beck 17-09-2026

Cofnas’ “rassenrealisme” geen pseudowetenschap? Lees zijn blogs erop na

In de blogposts van de problematische wetenschapper ontbreekt feitelijk bewijs stelselmatig.
Portet van Nathan Cofnas, buiten op een brug
Pieter Beck 17-09-2026

Waarom ik Cofnas’ “rassenrealisme” pseudowetenschap noem

Cofnas' beweringen worden keer op keer weerlegd door experts uit de relevante vakgebieden.
Een close-up van Nathan Cofnas in een uitzending van Terzake.