Nicolas Ullens ging zich daarop aangeven bij de politie en bekende de feiten. De feiten zelf vormden op het assisenproces bijgevolg geen probleem. Wel is er de vraag of Ullens met voorbedachtheid had gehandeld, in welk geval het dus niet om doodslag maar om moord zou gaan. Een moord wordt zwaarder bestraft dan doodslag.
Op het eerste gezicht is dit een dramatische afloop van een familiale aangelegenheid. Maar de actualiteit – gelekte gesprekken tussen Reynders en een door hem benoemde topman binnen de Belgische Staatsveiligheid – leert dat er elementen spelen die mogelijk een antwoord kunnen geven op de vraag of er voorbedachtheid in het spel was dan wel of Ullens “ontplofte”.
De volgende vraag is dan of die elementen ook effectief werden onderzocht, of er op de assisenzitting over werd gepleit en of er bij de beoordeling rekening mee werd gehouden. Is het onderzoek naar de feiten voldoende gevoerd? En is het zogenoemde “moraliteitsonderzoek” – het onderzoek naar het verleden en de ingesteldheid van de verdachte – volledig gevoerd of vertoont het lacunes?
Voorbedachtheid
De jury en de beroepsrechters beslisten samen dat er sprake was van voorbedachtheid en veroordeelden Nicolas Ullens voor moord. De vaststelling dat de beroepsrechters daarbij meestemden werd initieel aangevochten, maar door het Hof van Cassatie terecht goedgekeurd. De wet voorziet immers dat bij een krappe meerderheid (zeven van de vijf stemmen) de rechters moeten tussenkomen. (Terzijde: dat neemt niet weg dat deze wettelijke voorziening eigenlijk het principe dat het volk de schuldvraag beoordeelt onderuithaalt.)
Op het proces werd voornamelijk naar de verspilling van het familiefortuin door de stiefmoeder en het gebrek aan aandacht door de vader gewezen
Voorbedachtheid (of voorbedachten rade) is in het strafrecht het plegen van een misdrijf na een kalme overweging en met een gepland besluit, in plaats van in een blinde opwelling. Als het dat laatste was, wat bracht Ullens dan tot zo’n blinde opwelling.
Op het proces werd voornamelijk naar de verspilling van het familiefortuin door de stiefmoeder en het gebrek aan aandacht door de vader gewezen. Er zijn echter heel wat andere elementen die de gewezen agent van de Staatsveiligheid in een toestand kunnen hebben gebracht die door professor Philippe de Timary, hoofd van de afdeling psychiatrie van de Cliniques Universitaires Saint-Luc, werd uiteengezet.
De arts getuigde op het proces dat Nicolas Ullens op het moment van de schietpartij vermoedelijk een “dissociatieve” episode doormaakte. Een dissociatieve periode is een toestand waarin de normale, samenhangende functies van je brein − zoals bewustzijn, geheugen, identiteit, emoties en waarneming − tijdelijk verstoord of losgekoppeld raken. Wanneer iemand een misdrijf pleegt (zoals slagen of doodslag) nadat hij zelf werd uitgelokt door zwaar, onmiddellijk en onrechtmatig fysiek of psychisch geweld dat zijn vrije wil aantast, kan dat dienen als een verschoningsgrond of leiden tot strafvermindering.
Andere elementen
Als agent van de Staatsveiligheid deed Ullens onderzoek naar mogelijk beïnvloeding en corruptie door Didier Reynders en zijn entourage, voornamelijk zijn rechterhand Jean-Claude Fontinoy. Hij maakte er ook interne nota's over. Ullens deed ook aangifte bij het Vast Comité I dat de inlichtingendiensten controleert. Hij getuigde daar binnen de Belgische Staatsveiligheid te zijn tegengewerkt en gepest.
In een interview in Humo (18/05/2021) legde Nicolas Ullens in dat verband erg bezwarende verklaringen af:
Reynders en Fontinoy hebben een putsch op de Staatsveiligheid uitgevoerd: ze benoemden een derde topman, Hugues Brulin, terwijl de Staatsveiligheid sinds 1830 werd bestuurd door een tweespan: de administrateurgeneraal en zijn adjunct. Brulin kwam rechtstreeks van het kabinet-Reynders. Daarmee overtraden ze de regel dat een staflid van de Staatsveiligheid een magistraat hoort te zijn. Mijn diensthoofd, Frank J, was ook een MR-man. Frank J. en Brulin hebben me het leven onmogelijk gemaakt en de economische afdeling van de Staatsveiligheid, waar ik werkte, opgedoekt. Frank J. heeft me ook aangemaand om op te houden met het onderzoek naar Kazachgate, het dossier van een parlementaire onderzoekscommissie. Uiteindelijk heb ik me tot het Comité I gewend, dat toezicht houdt op de inlichtingendiensten. De toenmalige voorzitter, Guy Rapaille, een man van socialistische signatuur, heeft me niet bepaald gesteund: hij heeft geprobeerd me in diskrediet te brengen. Maar de ergste was de chef van de Dienst Enquêtes van Comité I, Frank Franceus, de oud-kabinetschef van Geert Bourgeois (N-VA, red.). Toen ik mijn verklaringen ging ondertekenen, zei hij: 'Meneer Ullens, als u dit tekent, brengt u niet alleen uzelf, maar ook uw vrouw en uw vier kinderen in gevaar.'
Bedreigd
Over de mogelijke bedreiging door de chef van de enquêtedienst I aan het adres van Nicolas Ullens werd een strafonderzoek gevoerd. Daarin kwam een belangrijke getuige terug op voordien schriftelijk weergegeven elementen die de klacht ondersteunden. Het onderzoek door het comité I zelf, kreeg evenmin gevolg.
Er waren ook andere bedreigingen. Die werden duidelijk en bovendien openbaar door meerdere artikelen en een boek van onderzoeksjournalisten.
Apache bracht er, soms samen met Humo, verschillende artikelen over:
- De “geseponeerde” en langdurig onderzochte dossiers rond Reynders
- Witwasdossier oligarch Oleg Deripaska leidt naar Didier Reynders
- Russische connectie Didier Reynders gaat naar het hart van het Kremlin
- Van kunst tot een gouden paspoort: het web rond Reynders en Deripaska
- De stille politieke hand achter het ereconsulaat
- De favoriete baron van Didier Reynders rijdt ook voor de Chinezen
- Didier Reynders maakte van een spion een baron
Daarnaast werd het boek van de Franstalige onderzoeksjournalist Philippe Engels, De clan Reynders, in april 2021 gepubliceerd. Het onderzoekt de nauwe banden tussen politiek en het bedrijfsleven en volgt de loopbaan van MR-politicus Didier Reynders en zijn naaste medewerker Jean-Claude Fontinoy. Engels beschrijft daarin onder meer hoe private firma's zijn bevoordeeld, hoe NMBS-personeel zou zijn ingezet voor verkiezingscampagnes, en hoe de samenwerking achter de schermen verliep.
Vooral de verwijzingen naar de mogelijke betrokkenheid van Russische spelers en spionage openen de deur naar een geheel andere wereld. De mogelijke bedreigingen door externe personen en diensten, is een opdracht van de Staatsveiligheid. De vraag of Ullens zich ook daardoor bedreigd voelde is, gezien wat er in die wereld allemaal mogelijk is, niet onbelangrijk.
Gewapend
Een ander element dat als bezwarend kan worden gezien, is de vaststelling dat Nicolas Ullens gewapend was op het moment van de feiten. Was dat om zich te verdedigen tegen mogelijke bedreigingen? Wat daarover door onderzoeksjournalisten werd geschreven ondersteunt deze stelling. Ullens had immers al geruime tijd steeds zijn wapen bij. Nadat Nicolas Ullens geschoten had, stapte vader Ullens de wagen uit en riep “Dood mij ook” of “Schiet me nu ook maar dood”.
Nicolas Ullens was gewapend op het moment van de feiten. Was dat om zich te verdedigen tegen mogelijke bedreigingen?
De gespannen verhouding tussen vader en zoon was danig aangewakkerd door het bezoek van vader Ullens aan Didier Reynders. Vader Ullens had Reynders zijn verontschuldigingen aangeboden voor de beweringen van zijn zoon aan het adres van de gevallen toppoliticus. Werd daarover gesproken tijden het gesprek onmiddellijk voorafgaand aan de feiten? Speelde ook deze frustratie mee?
Al op 19 januari 2017, jaren voor de feiten, schreef Ullens een brief aan de directeur operaties van de Staatsveiligheid, Christiane Delvoye. Daarin komt hij terug op het verwijt dat zijn chef hem maakte omdat hij een examen voor het gebruik van zijn dienstwapen niet zou hebben afgelegd. Ullens antwoordde daarop dat hij de nodige schietoefeningen wel degelijk had gevolgd.
Daarbij verwijst hij expliciet naar het gevaar dat uitgaat van het fameuze Kazachse trio – een dossier waarin ook Didier Reynders opduikt − “en de verleiding die zou kunnen bestaan om een lastige getuige in dat dossier te laten verdwijnen”.
In de brief heeft Ullens het over “het feit dat de zaak rond het ‘Kazachse trio’ – een kwestie waarover ik tussen 2008 en 2015 veertien verslagen heb geschreven – op dramatische wijze opnieuw is opgedoken” en over “de banden met de georganiseerde misdaad en buitenlandse inlichtingendiensten die bekendstaan om hun gewelddadigheid binnen onze instelling ruimschoots gedocumenteerd zijn”.
Kazachgate
De voormalige justitieministers Stefaan De Clerck (CD&V) en Koen Geens (CD&V) slaagden erin de fameuze afkoopwet door het parlement te jagen. Daardoor kon het strafonderzoek in meerdere grootschalige fraudezaken worden stil gelegd en konden de daders door een enkele betaling van een “uitgebreide minnelijke schikking” aan een veroordeling ontsnappen.
Dat gebeurde onder meer in het onderzoek naar Kazachgate en bij de fameuze diamantdossiers. Omdat parlementairen zich bij de voorbereiding van de afkoopwet bedrogen voelden, werd er een parlementaire onderzoekscommissie in het leven geroepen. Die leerde dat bij de eerder genoemde dossiers zeer ernstige “disfuncties” speelden. Er werd “gelobbyd” zowel bij ministers, parlementairen als parketmagistraten. Bovendien werd de afkoopwet toegepast nog voor hij was gestemd en ongeacht de terechte kritiek van de Hoge Raad voor de Justitie. Er waren ook ernstige en samenlopende aanwijzingen van corruptie.
De bewering van Ullens dat hij door de chef van de enquêtedienst Frank Franceus werd bedreigd roept vragen op
De bewering van Ullens dat hij door de chef van de enquêtedienst Frank Franceus werd bedreigd roept eveneens vragen op. Frank Franceus, de oud-kabinetschef van Geert Bourgeois, werd door het Comité I immers aangesteld als expert bij de audit over de werking van de Staatsveiligheid. Hoe kon een expert nadien chef van de enquêtedienst van het Comité I worden?
Soortgelijke vragen werden ook gesteld bij de benoeming van Franceus in de Hoge Raad voor Justitie. De Hoge Raad voor Justitie is een onafhankelijk orgaan dat de selectie van te benoemen magistraten doet maar ook onderzoeken voert naar mogelijke “disfuncties” binnen justitie.
Bij de oprichting van het orgaan werd voorzien dat zowel vertegenwoordigers van de magistratuur, academici als politici maar ook leden van het middenveld een plek konden krijgen.
Hoe kon Franceus benoemd worden als vertegenwoordiger van het middenveld? Hij was immers tegelijk chef van de enquêtedienst van het Vast Comité I. Dat is geen particuliere organisatie maar een overheidsinstelling.
Bij de invulling van mandaten wordt bovendien gekeken naar het beroepsverleden van de kandidaten, minstens nagegaan of er geen “onverenigbaarheden” zijn die de uitoefening van het mandaat kunnen bemoeilijken. Als chef enquêtes van het Comité I mag Franceus naar de organieke wet op het comité I geen onderzoeken doen naar de werking van de magistratuur vermits dat uitdrukkelijk uit de onderzoeksbevoegdheid van de comités is uitgesloten.
Als voorzitter van de onderzoekscommissie heeft hij daartoe uitdrukkelijk wél de opdracht en is het zelfs de essentie van zijn taak. Frank Franceus verenigde dus op het ogenblik van zijn benoeming twee bevoegdheden die volgens de wet onverenigbaar zijn. Ook feitelijk zijn de twee opdrachten niet te verzoenen. Als chef enquêtes moest hij de opdrachten van de magistraten uitvoeren. Als voorzitter van de onderzoekscommissie moet hij onderzoeken of in die opdrachten “disfuncties” te vinden zijn. Hij was dus tegelijk uitvoerder en controleur. Hoe verkreeg Franceus beide benoemingen? Voor wie reed hij?
Didier Reynders
De bewering van Nicolas Ullens dat Reynders en Fontinoy een putsch op de Staatsveiligheid hadden uitgevoerd en zij daarbij Hugues Brulin benoemden, wordt intussen bevestigd door een gelekt document. Daarin schrijft Brulin onder meer dat hij zijn “job heeft volbracht” en de “krankzinnige Ullens” werd tegengewerkt en uit de dienst werd verwijderd.
Ullens verklaarde dat door de inmenging en de bedreigingen zijn leven onmogelijk werd gemaakt
Werd daar rekening mee gehouden? Een gerechtelijk onderzoek gebeurt zowel ten laste als ter ontlasting. De onderzoeksrechter moet daarbij “alle maatregelen nemen die de rechtscolleges in staat stellen met kennis van zaken te oordelen”.
De vraag of dat wel is gebeurd is terecht. Zowel de door de politie gekraakte berichten tussen Brulin en Reynders als de brief van Ullens waarin hij op de bedreigingen wijst zitten in het dossier. De verklaringen van Ullens in Humo zijn voor iedereen leesbaar. Daarin verklaarde Ullens dat door de inmenging en de bedreigingen zijn leven onmogelijk werd gemaakt.
Vanzelfsprekend is het proces-Ullens niet het proces van Didier Reynders. Maar een verdachte heeft wel het recht om alle elementen die een verklaring kunnen geven voor zijn daad aan het onderzoek toe te voegen. Zowel het parket als de onderzoeksrechter moeten dat volgens de vereisten van het “eerlijk proces” zelfs ambtshalve doen.
Dissociatieve periode
Dat brengt ons terug bij de vraag of Nicolas Ullens met voorbedachtheid handelde of op het ogenblik van de feiten in een dissociatieve toestand verkeerde
Tijdens het proces werd vooral naar de verstoorde relatie met de stiefmoeder en de vader gekeken. Maar zoals hiervoor aangegeven zijn er heel wat andere gegevens voorhanden die aantonen dat Ullens binnen Staatsveiligheid werd tegengewerkt en gepest en dat hij sinds 2017 door zijn onderzoeken naar voornamelijk de invloed van het Russisch crimineel milieu werd bedreigd.
Die bedreigingen moeten ernstig worden genomen. Bovendien werden die bedreigingen in de eigen dienst aangewend om de onderzoeken naar in de dossiers betrokken politieke mandatarissen te stoppen.
Tijdens het proces kwamen die feiten niet voldoende aan bod. Ze zijn belangrijk om de vraag te beantwoorden of Ullens met voorbedachtheid handelde, want ze bepaalden mee de toestand waarin Ullens werd gebracht. Dat vader Ullens bij Didier Reynders bovendien zijn verontschuldigingen had aanboden voor de door zijn zoon gevoerde onderzoeken kan daarbij de druppel zijn geweest.