Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Wanneer lelijke liedjes te lang duren

18 februari 2022 Koen Smets
muziek
Lelijke liedjes moeten niet te lang duren. (Chance Agrella (Freerange))

Afgelopen week in het nieuws: toptennisser Novak Djokovic bevestigt dat hij zich niet zal laten vaccineren. Zelfs als hij daardoor verschillende Grand Slam-toernooien zal moeten missen en zo naast de kans zal grijpen de – statistisch althans – beste mannelijke tennisser aller tijden te worden.

Ook in het nieuws afgelopen week: terwijl bijna 3.000 werknemers van de stad New York op het nippertje een eerste Covidprik hebben gehaald vóór 11 februari, worden meer dan 1.400 van hun collega’s ontslagen omdat ze de richtlijn niet opvolgden.

Tijdens het afgelopen jaar beslisten veel regeringen dat reizigers moesten ingeënt zijn, en maakten veel werkgevers vaccinatie verplicht voor hun medewerkers. Er heerste destijds euforie rond de onverwacht vroege beschikbaarheid van verschillende doelmatige vaccins, minder dan een jaar na het begin van de pandemie, en er werden niet veel vragen gesteld rond deze maatregelen. Vaccinatie werd gezien als een mirakeloplossing die de samenleving snel zou toelaten de beperkingen af te bouwen die iedereen stilaan hartsgrondig beu was – misschien wel als de enige weg terug naar de normaliteit.

Als de feiten veranderen…

Inmiddels heeft de omikronvariant van het SARS-CoV-2 virus een flinke brok roet in het eten gegooid, en de hoge verwachtingen over de vaccins – grenzend aan wishful thinking – in vraag gesteld.

De vaccins blijken wel prima bescherming te bieden tegen ernstige ziekte, met patiënten die moeten worden beademd en die hoog risico lopen op overlijden. Maar, zoals de uit de pan swingende besmettingsstatistieken tonen, verhinderen ze niet noodzakelijk dat mensen de ziekte krijgen. Bovendien beletten ze evenmin dat diegenen die besmet zijn – zelfs de talrijke mensen die niet eens symptomen vertonen – het virus doorgeven.

Je moet hierbij onwillekeurig denken aan de fameuze repliek – vaak onterecht toegedicht aan de econoom John Maynard Keynes – “Als de feiten veranderen, verander ik van gedachten. Wat doet u, meneer?” Als de belangrijkste redenen voor de eis tot vaccinatie van reizigers en medewerkers het indijken van de verspreiding van de ziekte was, en het verhinderen van overbelasting van intensive care-afdelingen (IC), heeft zo’n eis dan nog zin?

Deze beslissingen waren eigenlijk ‘wanneer’-beslissingen. Ze werden impliciet genomen als reactie op een zeker, tijdelijke situatie, ook al werden de voorwaarden ervoor (hoeveel besmettingsgevallen, en hoeveel IC-opnames?) niet expliciet gespecificeerd. Dat was evenmin zo voor de aannames (wat wordt er precies verwacht van de vaccins?), de eigenlijke doelstellingen (het beschermen van de gezondheidszorgsector, of het volledig elimineren van de ziekte?), de positieve en negatieve gevolgen voor de verschillende betrokken groepen (oud en kwetsbaar, jong en grotendeels onkwetsbaar, sleutelberoepen, niet-sleutelberoepen enz.), en voor de afwegingen die ermee gepaard zouden gaan.

Het vooropstellen van deze elementen van een beslissing is doorgaans een goede werkwijze. Misschien niet zo erg toepasselijk voor beslissingen die enkel jou (als de beslisser) aanbelangen: voor keuzes zoals wat je vanavond gaat eten, en of je dit weekend een dagje naar zee trekt, is het perfect OK je te laten leiden door je voorkeuren.

Maar voor meer ingrijpende beslissingen – zou je van werk veranderen, of zelfs zou je een Netflixabonnement nemen – kan het beschrijven van doelen, aannames en afwegingen een flinke hulp zijn bij het maken van een goede keuze. Bovendien is dit essentieel wanneer beslissingen anderen dan de beslisser aanbelangen, bijvoorbeeld van de directie van een organisatie of een autoriteit, zeker wanneer ze verplichtingen of beperkingen opleggen – althans als ze transparantie willen verzekeren. Als.

Bij transparante beslissingen is het ook makkelijker later opnieuw na te gaan of de oorspronkelijke criteria en voorwaarden nog steeds van kracht zijn, of de aannames en doelstellingen nog gelden en gepast zijn, en of de afwegingen nog altijd redelijk zijn.

Stel dat je je Netflixabonnement nam gebaseerd op de verwachting minstens zes uur per week te zullen kijken, en op voorwaarde dat de kost binnen je maandelijkse ontspanningsbudget paste. Wanneer naderhand zou blijken dat je er nauwelijks drie uur per week gebruik van maakt, of dat de kost met 40% is toegenomen, dan is het gauw duidelijk dat het tijd is dat abonnement op te zeggen.

Incompetentie… of iets meer sinisters?

Zonder een duidelijk doel of budgetbeperking is dat een stuk moeilijker te argumenteren, en riskeer je te blijven zitten met een situatie die je geen waar voor je geld levert. Dezelfde logica kan worden gehanteerd voor vaccinatiebeslissingen.

Wat beogen ze? Is dat doel nog steeds relevant? Wegen de baten nog steeds op tegen de kosten van de beslissing? Wie weet… Niet zo’n verrassing, dus, dat de reden waarom deze beslissingen vandaag nog worden genomen simpelweg blijkt te zijn dat ze ook gisteren werden genomen. De overheersing van de status quo bias.

Het gebrek aan transparantie in besluitvorming kan vaak worden geweten aan onbedrevenheid of incompetentie. Maar zou het ook een bewuste list kunnen zijn van beslissers met minder nobele motieven?

Een beslissing die niet transparant is, maar ondoorzichtig en obscuur, kan veel gemakkelijker ontsnappen aan publiek toezicht. Het is veel moeilijker een beslissing te betwisten als ze geen duidelijk omlijnd oogmerk heeft, en geen heldere kosten en baten. Zulke beslissingen kunnen snel ontaarden in onweerlegbare dogmatische regels. Waarom doen we dit? Daarom.

Dit laat beslissers toe over te komen als resoluut en standvastig in de ogen van hun volgers, als leiders die niet zomaar van gedachten veranderen (een beeld dat nogal wat leiders opmerkelijk graag ophangen). Bovendien kunnen, voor beslissers met bijbedoelingen, beslissingen die verschillende gevolgen hebben voor verschillende doelgroepen een uitstekend instrument zijn om bepaalde groepen (bijvoorbeeld van medewerkers of burgers) te begunstigen en anderen te dwarsbomen.

De meeste beslissingen hebben een ‘wanneer’-component. Er zijn er maar weinig die zo universeel zijn dat ze van toepassing zijn ongeacht de omstandigheden en voorwaarden, onafhankelijk van de kosten en baten, en onbeperkt in de tijd. Zelfs wanneer de voorwaarden voor het terugdraaien ervan – het referentiepunt – niet werden bepaald, kunnen we omdraaien hoe een beslissing wordt gekaderd.

In plaats van ons af te vragen of we ons Netflixabonnement moeten opzeggen – niet zo eenvoudig wanneer de basis waarop we het namen niet helder is – kunnen we kijken naar wat het ons kost, en ons afvragen: als we nog geen Netflix zouden hebben, zouden we er dan nu voor kiezen dat bedrag eraan te besteden? Werkgevers en autoriteiten kunnen exact dezelfde tactiek volgen (bijvoorbeeld over het sluiten van kerncentrales) – als ze dat wensen.

Men zegt dat mooie liedjes niet lang duren. Maar het is net zo zinvol te zeggen dat ook lelijke liedjes niet te lang moeten duren – en zelfs dat ze moeten worden stopgezet. Mensen verhinderen te reizen en medewerkers ontslaan, dat zijn lelijke liedjes. Soms moet een lelijk liedje worden gespeeld om een belangrijk doel te bereiken. Maar wanneer het dat niet langer doet, moet het niet verbazen dat er vragen worden gesteld over het aanhoudend spelen ervan.

Of het gebrek aan transparantie in deze beslissingen het onbedoelde gevolg was van incompetentie, dan wel de bewuste consequentie van obscure motieven, de groeiende oppositie tegen het in stand houden van maatregelen die kosten opleggen zonder heldere baten is een zelf veroorzaakt probleem.

LEES OOK