Ben jij een rationeel wezen? Of eerder voorspelbaar irrationeel, zoals de populaire, maar nu enigszins in diskrediet geraakte gedragswetenschapper Dan Ariely beweerde – of misschien net optimaal irrationeel, zoals econoom Lionel Page voorstelt? In dit artikel en het volgende zullen we het nut nagaan van het begrip rationaliteit.
Neoklassieke economen hebben lange tijd de homo economicus gebruikt als hun model voor de geïdealiseerde mens: iemand die puur uit eigenbelang handelt en streeft naar maximalisatie van nut door middel van rationele besluitvorming.
Deze beschrijving is wellicht niet bedoeld als een normatief oordeel (het maximaliseren van nut is goed en wordt het best nagestreefd door rationele besluitvorming, dus is rationele besluitvorming goed), maar de implicatie is vaak dat rationaliteit superieur is, en dat alle andere methodes hoe dan ook gebrekkig zijn. Ook al beantwoorden wij, echte mensen, niet altijd aan het ideaal van de homo economicus, toch moeten we ernaar streven – zo niet zijn we irrationeel bezig.
Dat klinkt misschien best redelijk (!), maar nader bekeken blijkt het concept rationaliteit niet zo eenduidig te worden gebruikt als we graag geloven. Wat is 'rationele' besluitvorming eigenlijk? Beschrijft het een methode om tot een beslissing te komen? Verwijst het naar de uitkomst, de daadwerkelijke keuze die gemaakt wordt?
Of is het een meer algemeen oordeel over de algehele kwaliteit van het proces (en vaak van de besluitvormer) - hoe 'rationeler', hoe beter? Alle drie de aspecten zijn vatbaar voor aanzienlijke interpretatie en subjectieve beoordeling.
Rationaliteit in de methoden
De oorsprong van de term rationaliteit is het Latijnse woord 'ratio', op zijn beurt een vertaling van het Oudgriekse woord (in de geschriften van Aristoteles) λόγος of logos, dat werd gebruikt om te verwijzen naar rede, logica en geordend denken. Een van de betekenissen ervan is berekening, wat overeenkomt met de interpretatie van rationaliteit als het gebruik van een weloverwogen, op feiten gebaseerd, bewust redeneren.
Dit hoort beslist tot onze capaciteiten, dankzij het buitengewone cognitieve vermogen van onze hersenen met hun ongeveer 86 miljard neuronen, verbonden via 100 biljoen synapsen. Maar is het niet wat overmoedig om het gebruik van dit opmerkelijke orgaan te verheffen tot het allesbepalende criterium voor 'rationele' besluitvorming?
Ons geavanceerde menselijke brein evolueerde zo'n twee tot drie miljoen jaar geleden, maar dat is slechts een kleine fractie van de evolutionaire tijdlijn van het leven op aarde, dat zo'n 1,8 miljard jaar geleden ontstond. En zelfs die allereerste levensvormen, de zogenaamde protisten, moesten moeilijke beslissingen nemen over waar ze naartoe moesten bewegen, wanneer ze moesten wegvluchten, en wat ze moesten eten.
En dat deden ze best effectief. De organismen in onze stamboom moesten vaak doorheen moeilijke situaties en complexe omgevingen laveren, en toch namen ze allemaal goede beslissingen. Wij, hun nakomelingen, zijn er letterlijk het levende bewijs van. Moeten we de miljoenen generaties die ons voorafgingen, en die 99,85% van de tijdlijn vertegenwoordigen, echt afwijzen als zijnde niet rationeel?
Er is iets bijna bijbels aan de overtuiging dat wij mensen het rationele toppunt van de schepping zijn. Wanneer dit is hoe we rationaliteit zien, kunnen we terecht verdacht worden van antropocentrische arrogantie.
Als onze voorouders, zonder hersenen of met relatief primitieve hersenen, tot aan onze neven en nichten de primaten toe, allemaal in staat waren om redelijke, doeltreffende beslissingen te nemen die ervoor zorgden dat ze overleefden, floreerden en met succes hun genen doorgaven, dan lijkt het een beetje bekrompen om hen het vermogen tot rationeel handelen te ontzeggen.
Bovendien vormt het primitieve vermogen om onderscheid te maken tussen wat gunstig en wat schadelijk is, dat onze eencellige voorouders hielp om in leven te blijven, nog steeds de basis van onze vaardigheid om beslissingen te nemen. Om te beoordelen wat goed en wat slecht is, of zelfs wat relatief beter of slechter is, vertrouwen we op deze capaciteit die zo oud is als het leven zelf.
Rationaliteit beperken tot alleen de geavanceerde cognitie waarvoor een menselijk brein nodig is, is dus niet alleen wat respectloos ten opzichte van onze eerbiedwaardige voorouders, maar ook zeer twijfelachtig als definitie.
Hoe zit het met de collectie methoden die in de gedragswetenschappen vaak onder de noemer irrationeel worden geschaard – intuïtie, heuristieken, cognitieve biases en emotie? Laten we niet vergeten dat die óók het product zijn van miljoenen jaren evolutionaire aanpassing: op zijn minst lijkt het gebruik ervan, zo niet ondubbelzinnig gunstig, dan toch zeker niet inherent schadelijk.
We moeten immers erkennen dat we bij het maken van keuzes een afweging maken tussen inspanning en nauwkeurigheid. Soms kunnen we door op onze intuïtie te vertrouwen, een heuristiek te gebruiken, of ons te laten leiden door een bias of een emotioneel buikgevoel een snelle, maar geschikte beslissing nemen.
Het is niet irrationeel om elke keer weer dezelfde 87 Eend in pruimensaus van de afhaalchinees te kiezen als dat is wat we lekker vinden, eerder dan telkens systematisch elke optie op het menu te overwegen en de voor- en nadelen ervan te overwegen.
Het is niet irrationeel voor een brandweerman of een piloot om gebruik te maken van hun geïnformeerde intuïtie om beslissingen te nemen in een fractie van een seconde, wanneer ze op zoek zijn naar mensen die vastzitten in een brandend gebouw, of bij het omgaan met gelijktijdige storingen in meerdere vluchtsystemen, in plaats van systematisch elke eventualiteit in het trainingshandboek door te nemen.
Zelfs vooroordelen en heuristieken kunnen ecologisch rationeel zijn: de status quo bias helpt stabiliteit te behouden en overhaaste beslissingen te vermijden; de beschikbaarheidsheuristiek helpt ons te focussen op recente informatie, wat vaak zinvol is in dynamische situaties.
Dus zelfs als we ervoor kunnen kiezen om ons geavanceerde redeneervermogen in te schakelen, kan het beter zijn om dat niet te doen. We kunnen goede, verstandige beslissingen nemen – en doen dat ook – zonder noodzakelijk op al onze denkcapaciteiten te vertrouwen.
De bewering dat besluitvorming óf rationeel is – als het gebruik maakt van bewust redeneren – óf niet rationeel – als het dat niet doet – lijkt zeer dubieus. De term rationaliteit gebruiken alsof het zo helder is, wel, dat is bullshit.
Rationaliteit in de uitkomsten
Maar rationaliteit kan ook betrekking hebben op de keuzes die we maken. Beeld je Alice en Bob in, die in dezelfde stad wonen, naar hetzelfde weerbericht luisteren, naar dezelfde lucht kijken, en op dezelfde manier naar dezelfde plek gaan – maar Alice heeft een paraplu bij zich, en Bob heeft de zijne thuisgelaten. Kunnen we zeggen welke van beide de rationele beslissing is?
Stel je de buren Chris en Dominique voor: Chris spendeert al jaren elke week 10 euro aan de lotto, terwijl Dominique daarentegen al heel lang een doorlopende opdracht om elke week £10 over te maken naar een spaarrekening. Kunnen we bepalen wie van de twee zich rationeel gedraagt?
Stel je Mo en Nick voor, collega's met een vergelijkbaar inkomen en gezinssituatie, maar Mo koopt elke twee jaar een gloednieuwe auto, terwijl Nick er nooit een koopt die minder dan vier jaar oud is en er dan minstens vijf jaar lang mee rijdt. Kunnen we zeggen wie de rationele autokoper is?
Op zich kunnen hun keuzes ons niet vertellen of ze rationeel zijn. Als we ze toch op die manier beoordelen, is dat wellicht omdat we er sterk van overtuigd zijn welke optie voor ons de meest rationele keuze zou zijn. Maar wat wel of niet een rationele keuze is, kan niet los worden gezien van iemands specifiekedoelen, voorkeuren, waarden en omstandigheden.
Om terug te grijpen naar onze oude vriend, de homo economicus en zijn nutsmaximaliserende benadering: we hebben allemaal onze eigen nutsfunctie, die beschrijft hoeveel nut de veiligheid van het bij hebben van een paraplu, de spanning van een lottotrekking of de glimmende carrosserie van een gloednieuwe auto ons bieden.
Dit betekent dat de rationaliteit van onze keuzes enkel door onszelf kan worden beoordeeld. Wie pretendeert dat dit objectief kan worden bepaald, kletst uit zijn nek.
Effectieve besluitvorming berust op een goed gebruik van redeneren met andere methoden. Dus of redeneren een rol speelt om tot een beslissing te komen of niet, zegt op zichzelf niets over of het besluitvormingsproces effectief was. Bovendien kunnen specifieke keuzes – de uitkomsten van het proces – ons ook niet objectief vertellen of ze rationeel zijn.
De term rationaliteit is bijgevolg zeer ondeugdelijk. Als we hem gebruiken om waardeoordelen te vellen over hoe anderen beslissingen nemen, over de keuzes die ze maken en zelfs over hen als persoon als irrationeel of rationeel, dan zijn we aan het bullshitten.
Maar wacht even... Zou rationaliteit gered kunnen worden als we het begrip herformuleren als een indicator van interne consistentie, die weergeeft of iemands acties overeenkomen met zijn doelen en waarden? Dat onderzoeken we in het volgende artikel.