Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De grenzen van pragmatisch beslissen

door Koen Smets
Heggendoolhof in de tuin van Traquair House in Schotland.
Heggendoolhof in de tuin van Traquair House in Schotland. (CC BY-SA 2.0 marsroverdriver (Wikimedia Commons))

Ik voel mee met de Amerikaanse kiezers, die zopas een van de meest penibele presidentsverkiezingen ooit hebben meegemaakt. Ik voel mee met degenen die voor een aartsmoeilijke keuze stonden tussen helemaal niet stemmen of stemmen op de ‘minst slechte’ van de presidentskandidaten. En ik voel mee met degenen die het stemmen gemakkelijk vonden omdat er maar één kandidaat was op wie ze ooit zouden kunnen stemmen.

Het Amerikaanse kiesstelsel helpt niet. In bijna alle staten krijgt de kandidaat met de meeste stemmen alle kiesmannen van de staat – the winner takes all. (In Maine en Nebraska worden twee van de kiesmannen op deze manier toegewezen en de overige twee/drie gaan naar de winnaar in elk van de twee/drie congresdistricten van de staat. Dit kan één/twee kiesmannen opleveren voor de kandidaat die tweede wordt in de hele staat).

Het betekent dat de stemmen van tientallen miljoenen mensen absoluut niets te betekenen hebben als ze in staten wonen met een grote meerderheid voor een van de twee belangrijkste kandidaten. Of de verliezende kandidaat nu één stem krijgt of vele miljoenen, geen enkele draagt ook maar iets bij aan zijn of haar kansen om verkozen te worden. In zo'n first past the post-systeem hebben de stemmen die naar iemand anders gaan dan de winnaar letterlijk geen enkele invloed op de uitkomst.

Slim en efficiënt (ver)kiezen

Maar het is niet vanwege dit onvolmaakte systeem dat ik meevoel met de Amerikaanse kiezers. Elk stemsysteem heeft nadelen, en of die van het Amerikaanse systeem erger zijn dan die van andere is betwistbaar.

De reden waarom ik meeleef met de Amerikaanse kiezers is dat het me bij deze presidentsverkiezingen duidelijk werd dat ze simpelweg niet in staat waren om te kiezen tussen de twee belangrijkste kandidaten die ze voorgeschoteld kregen.

Rationele besluitvorming houdt in dat we de relevante kenmerken van de verschillende opties identificeren, er een relatief gewicht aan toekennen dat hun belang weergeeft, een waardering geven aan elk kenmerk van elke optie, en vervolgens die gewogen beoordelingen samenvoegen tot een totaalscore voor elke optie. Door deze dan te rangschikken vinden we de optimale keuze. (Dit is hoe we typisch de ideale besluitvorming zien volgens Systeem 2, naar het concept dat Daniel Kahneman populariseerde.)

Het zal je niet verbazen dat zo'n allesomvattende benadering de capaciteiten van gewone stervelingen te boven gaat. Bounded rationality of ‘beperkte rationaliteit’, een concept bedacht door Herbert Simon, erkent dit, maar veronderstelt nog steeds dat we, binnen de grenzen van het mogelijke dan (bijvoorbeeld niet elke denkbare optie in overweging nemen en ons richten op een subset van alle kenmerken), een complexe combinatie van beoordeling (de waarderingen en gewichten) en berekening (de aggregatie) uitvoeren.

Dit is evenmin de manier waarop we het kiezen tussen politieke kandidaten benaderen. We maken geen lijst van beleidsstandpunten die we relevant achten (economie, criminaliteit, defensie-uitgaven, immigratie, abortus, wapenwetgeving, buitenlands beleid, vrijheid van meningsuiting, internationale handel, de omvang van de overheid en ga zo maar door), noch van de individuele eigenschappen van de kandidaten (persoonlijkheid, communicatiestijl, waarheidsgetrouwheid, intelligentie, diplomatie, besluitvaardigheid), om ze dan voor elk van deze elementen op een schaal van 0-10 te beoordelen.

En we kennen zeer zeker geen relatief gewicht toe aan elke dimensie. Hoe zouden we er immers maar aan beginnen te bepalen hoeveel meer of minder belangrijk bijvoorbeeld defensie-uitgaven voor ons zijn dan diplomatieke vaardigheden?

Nee, dat zou allemaal veel te veel moeite zijn, en mentale en fysieke energie kosten. Een recente meta-analyse van gedragswetenschapper Louise David en collega's suggereert dat we mentale inspanning over het algemeen onaangenaam vinden. Dit is op zichzelf een adaptief mechanisme dat ervoor zorgt dat we spaarzaam zijn met onze schaarse mentale energie (in lijn met het idee dat we eigenlijk cognitieve vrekken zijn, die liever een kortere weg nemen dan intens na te denken als het even kan). Hoe kunnen we dat dan eenvoudiger aanpakken?

Onze emoties vertellen ons snel en zonder veel inspanning welke eigenschappen een kandidaat in een (voor ons) gunstig daglicht plaatsen en welke hem of haar ongunstig afschilderen. Door in te zoomen op kenmerken die een sterke emotionele reactie oproepen, vermijden we de moeizame taak om een volledig beeld te schetsen.

Bovendien kunnen we dan een snelle heuristiek toepassen: hoeveel van de aspecten maken hen aantrekkelijk, en hoeveel stoten ons af? We hoeven ze waarschijnlijk niet eens te tellen – een handvol karakteristieken is vaak voldoende om een duidelijk onderscheid te maken tussen de kandidaten, zelfs als we vertrekken van een neutrale positie. Een dergelijke neutraliteit is trouwens onwaarschijnlijk, tenzij we een kandidaat helemaal niet kennen.

Hoe oppervlakkig ook de bekendheid, we zullen altijd al een eerste indruk van de kandidaten hebben, die we vervolgens proberen te bevestigen (jaja, het is confirmation bias in volle glorie). Natuurlijk vinden we het makkelijker om kenmerken te zien die onze opvattingen ondersteunen dan eigenschappen die onze opinie in vraag stellen. Een leuke oefening om dit te illustreren is nagaan hoeveel trekken je wel en niet leuk vindt aan je romantische partner je in een minuut kunt bedenken – wie weet wat het aan het licht brengt!

De keerzijde van (te veel) eenvoud

Dit is een opmerkelijk effectieve benadering voor het kiezen tussen verschillende opties – een voorbeeld van wat ecologische rationaliteit wordt genoemd. Hoewel het niet helemaal de rationele full monty is, is het een pragmatische manier om te beslissen welke van de kandidaten de meeste van de 'goede' vakjes aanvinkt en de minste van de 'minder goede'. Maar wat als sommige van die eigenschappen onaanvaardbaar zijn?

Dan kunnen we de dingen nog verder vereenvoudigen (en dat doen we vaak ook). Waarom immers moeite doen om gunstige aspecten voor een kandidaat te bedenken als hij of zij één eigenschap heeft die hem of haar definitief onverteerbaar maakt – bijvoorbeeld een bepaald beleid dat hij of zij voorstaat, of een zekere verwerpelijk persoonlijk attribuut?

In een voxpop in een BBC-nieuwsshow daags voor de verkiezingen gaf een man als verklaring voor zijn stem: “Ik denk niet dat we klaar zijn om een zwarte vrouwelijke president te verkiezen”, terwijl vele prominente Republikeinen zich om verschillende redenen openlijk tegen de kandidaat van hun partij verzetten en in sommige gevallen zelfs de kandidaat van de Democraten steunden.

Dit lijkt wel een goede zaak – meer eenvoud is goed, toch? Maar zo eenvoudig (!) is het niet. Een optie kiezen enkel en alleen omdat het alternatief onaanvaardbaar is, wijst op een extreem emotionele beslissing – “alles of iedereen behalve X”. Dit betekent dat we onze keuze baseren op één enkel kenmerk, zonder rekening te houden met andere eigenschappen van de optie die we onaanvaardbaar achten, of van het alternatief dat we dan vanzelfsprekend kiezen.

We houden dus geen rekening met het volledige plaatje van wat we afwijzen en wat we omarmen. Sommige kiezers lijken inderdaad een kandidaat vooral te hebben gesteund omdat hij of zij niet de 'onaanvaardbare' kandidaat was. Het wordt nog erger als beide kandidaten een eigenschap hebben die hen onaanvaardbaar maakt.

Sommige kiezers kiezen er dan voor om helemaal niet te stemmen, omdat ze zich er niet kunnen toe brengen om een van beiden te steunen. Anderen gaan wel stemmen, maar met toegeknepen neus, gedwongen om heel wat van hun diepgewortelde principes en waarden te compromitteren.

We hebben manieren om met dergelijke cognitieve dissonantie om te gaan: we zijn goed in het negeren, over het hoofd zien, ontkennen, minimaliseren of vergoelijken en uiteindelijk accepteren van eigenschappen die we niet leuk vinden – in mensen, maar ook in andere keuzes die we maken, zoals het huis waarin we wonen en de auto waarin we rijden. Dit adaptieve vermogen stelt ons in staat om tevreden te zijn met de onvermijdelijk imperfecte keuzes die we maken.

Maar het is niet geschikt voor situaties waarin we verplicht zijn te kiezen tussen opties die allemaal, om de een of andere reden, onacceptabel zijn. Onze voorouders hoefden nooit om te gaan met dergelijke situaties, die zelden van nature voorkomen. Daarom zijn wij, net als de arme Amerikaanse kiezers, zo slecht uitgerust om ermee om te gaan.

Wanneer we gedwongen worden om een onaanvaardbare optie te kiezen – zelfs als het de minst onaanvaardbare is – ontkomen we er niet aan dat te moeten rechtvaardigen, deels door onszelf voor te houden dat we geen andere keuze hadden, en deels door onszelf ervan te overtuigen dat de onaanvaardbare karakteristieken van onze keuze achteraf bekeken misschien toch niet zo verschrikkelijk zijn. Hoe kunnen we anders verklaren dat we zoveel van wat we belangrijk vinden aan de kant schuiven?

Onze pragmatische, heuristische benadering van besluitvorming is vaak efficiënt en adaptief, maar kan het laten afweten wanneer we geconfronteerd worden met keuzes waarbij de opties onverteerbare kenmerken bevatten. Dat is niet zozeer een gebrek in onze benadering ervan, als wel van onze eigen tendens om bepaalde eigenschappen wat overhaast als onaanvaardbaar te bestempelen, of een falen van degenen die de opties bepalen om aanvaardbare alternatieven te bieden.

Wanneer we vaststellen dat we niet in staat zijn om een gepaste keuze te maken, kunnen we, in plaats van aan ons besluitvormingsproces te gaan sleutelen, misschien beter proberen te voorkomen dat we gedwongen worden te kiezen tussen onaanvaardbare opties.

LEES OOK
Koen Smets 06-06-2025

Waarom irrationele beslissingen die kosten en baten omzeilen juist kunnen zijn

Is rationaliteit een zinvol begrip wanneer we voor- en nadelen niet kunnen kwantificeren?
scales thrown away
Koen Smets 18-04-2025

Het probleem met en zonder emoties

Emotie en gebrek aan emotie vullen elkaar perfect aan.
coffin
Koen Smets 31-01-2025

Vreugde en verdriet in botsing bij een dramatische bruiloft

Een onverwachte tragische gebeurtenis legt de essentie van besluitvorming bloot.
st teilo